ECLI:NL:RBNHO:2019:9371
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag erfbelasting na vaststelling vaderschap en vermindering aanslagen erfgenamen
De zaak betreft een navorderingsaanslag erfbelasting opgelegd aan eiser na de vaststelling van zijn vaderschap en daarmee zijn erfgenaamschap van erflater. Verweerder had eerder de aanslagen van andere erfgenamen verminderd naar een derde deel van de nalatenschap.
Eiser betoogde dat de navorderingsaanslag buiten de wettelijke termijnen was opgelegd en dat de waarde van de verkrijging lager was door waardevermindering en gemaakte kosten. Ook stelde hij dat de navordering niet hoger mocht zijn dan het gezamenlijke bedrag van de verminderingen bij de andere erfgenamen en dat de aanslag in strijd was met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De rechtbank oordeelde dat artikel 52 van Pro de Successiewet van toepassing is omdat er een causaal verband bestaat tussen de vermindering bij de andere erfgenamen en de navordering bij eiser. De navordering was tijdig opgelegd en de waardering van de verkrijging moet plaatsvinden op het moment van overlijden. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur werden niet geschonden. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag erfbelasting aan eiser.