mw. mr. M.M. de Reus

Rechter

Bekijk deze rechter op De Rechtspraak
Lexboost

Juridische AI-assistent

Lexboost helpt je bij al je juridische werk. Stel vragen in natuurlijke taal en krijg direct:
  • Analyse van jurisprudentie
  • Hulp bij juridisch onderzoek
  • Vergelijking met andere zaken

7 dagen gratis uitproberen, geen creditcard nodig

Onderwerpen

  • Bestuursrecht; Belastingrecht15

Uitspraken (15)

Uitspraken 1 t/m 15 van 15

ECLI:NL:RBNHO:2021:10703
Bestuursrecht; Belastingrechtuitspraak

Inschaling risicopremiegroep uitzendbureau bij ontbreken schriftelijk uitzendbeding

15 oktober 2021

De rechtbank oordeelt dat uitzendovereenkomsten zonder schriftelijk uitzendbeding met opeenvolgende weekcontracten gelijkgesteld moeten worden aan uitzendovereenkomsten met uitzendbeding voor de risicopremiegroep loonheffingen.

ECLI:NL:RBNHO:2021:2523
Bestuursrecht; Belastingrechtuitspraak

Aftrekbaarheid van betalingen in verband met aandelenprogramma werknemers

12 februari 2021

De rechtbank oordeelt dat de betaling aan de moedermaatschappij onder de aftrekbeperking van de Wet op de Vennootschapsbelasting valt, terwijl de betaling aan de werknemersstichting aftrekbaar is.

ECLI:NL:RBNHO:2020:9697
Bestuursrecht; Belastingrechtuitspraak

Vernietiging vergrijpboete wegens onvoldoende bewijs opzet verzwijging buitenlandse vermogensbestanddelen

9 november 2020

De rechtbank Noord-Holland vernietigt de vergrijpboete aan eiseres wegens onvoldoende bewijs dat zij op de hoogte was van buitenlandse vermogensbestanddelen van haar echtgenoot en kent immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding redelijke termijn.

ECLI:NL:RBNHO:2020:9695
Bestuursrecht; Belastingrechtuitspraak

Beoordeling navorderingsaanslagen en vergrijpboetes wegens onjuistheden in belastingaangiften en overschrijding redelijke termijn

9 november 2020

De rechtbank verklaart de beroepen tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en ZVW 2012-2015 ongegrond, matigt de vergrijpboetes wegens overschrijding redelijke termijn en kent immateriële schadevergoeding toe.

ECLI:NL:RBNHO:2020:9081
Bestuursrecht; Belastingrechtuitspraak

Vereniging drijft geen onderneming en is niet vennootschapsbelastingplichtig

9 oktober 2020

Rechtbank oordeelt dat kampeervereniging geen onderneming drijft en niet vennootschapsbelastingplichtig is, vernietigt aanslagen en belastingrente en veroordeelt tot schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.

ECLI:NL:RBNHO:2020:9067
Bestuursrecht; Belastingrechtuitspraak

Vernietiging boetebeschikkingen dividendbelasting wegens afwezigheid van alle schuld

28 september 2020

De rechtbank Noord-Holland oordeelt dat naheffingsaanslagen dividendbelasting terecht zijn opgelegd, maar vernietigt de boetebeschikkingen wegens afwezigheid van alle schuld bij eiseres.

ECLI:NL:RBNHO:2020:9072
Bestuursrecht; Belastingrechtuitspraak

Beoordeling toepassing 30%-regeling op bonus na einde feitelijke tewerkstelling

25 september 2020

De rechtbank oordeelt dat de 30%-regeling niet van toepassing is op een bonus die na het einde van de feitelijke tewerkstelling is uitbetaald, en wijst het beroep van eiser af.

ECLI:NL:RBNHO:2020:6624
Bestuursrecht; Belastingrechtuitspraak

Heffingsbevoegdheid bij piloot gestationeerd in VK volgens belastingverdrag Nederland-VK

28 augustus 2020

De rechtbank oordeelt dat het heffingsrecht over het loon van een in Nederland wonende piloot, gestationeerd in het VK, volledig aan Nederland toekomt volgens artikel 14, derde lid, van het belastingverdrag. Vergoedingen SA en FDA worden niet als onbelaste kostenvergoedingen erkend.

ECLI:NL:RBNHO:2019:9371
Bestuursrecht; Belastingrechtuitspraak

Beoordeling navorderingsaanslag erfbelasting na vaststelling vaderschap en vermindering aanslagen erfgenamen

14 november 2019

De rechtbank oordeelt dat navordering op grond van artikel 52 van de Successiewet mogelijk is bij vermindering van aanslagen erfgenamen en verklaart het beroep ongegrond.

ECLI:NL:RBNHO:2019:8926
Bestuursrecht; Belastingrechtuitspraak

Informatiebeschikking terecht genomen wegens niet voldoen aan administratieplicht AWR

31 oktober 2019

De rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de informatiebeschikking tegen eiser terecht is genomen vanwege ernstige tekortkomingen in de administratieplicht volgens artikel 52 AWR, waardoor belastingheffing niet betrouwbaar kan worden vastgesteld.

ECLI:NL:RBNHO:2019:6401
Bestuursrecht; Belastingrechtuitspraak

Beoordeling fiscale kwalificatie zorgwerkzaamheden als winst uit onderneming

19 juli 2019

De rechtbank oordeelt dat de zorgwerkzaamheden van eiseres niet kwalificeren als winst uit onderneming, maar als loon uit (fictieve) dienstbetrekking, en verklaart het beroep ongegrond.

ECLI:NL:RBNHO:2019:11255
Bestuursrecht; Belastingrechtuitspraak

Vaststelling waarde onroerende zaak en boekverlies bij terbeschikkingstelling voor belastingjaar 2013

15 juli 2019

De rechtbank stelt de waarde van een onroerende zaak per 13 november 2013 vast op €270.000 en bepaalt het boekverlies voor de inkomstenbelasting op €144.890 negatief, waarbij het beroep van eiser gegrond wordt verklaard.

ECLI:NL:RBNHO:2019:3508
Bestuursrecht; Belastingrechtuitspraak

Lening aan B.V. behoort niet tot het ondernemingsvermogen van eenmanszaak

30 april 2019

De rechtbank oordeelt dat de lening van eiseres aan een B.V. niet binnen het kader van haar eenmanszaak valt en derhalve niet tot haar ondernemingsvermogen behoort, waardoor het beroep ongegrond wordt verklaard.

ECLI:NL:RBNHO:2019:3117
Bestuursrecht; Belastingrechtuitspraak

Geen verrekening houdsterverliezen met belastbare winst wegens ontbreken houdsterwinst

1 april 2019

De rechtbank oordeelt dat eiseres de vastgestelde houdsterverliezen niet kan verrekenen met de belastbare winst over 2013 omdat geen sprake is van houdsterwinst. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en de per-elementbenadering faalt, en de verliesverrekening is niet strijdig met de vrijheid van vestiging.

ECLI:NL:RBNHO:2018:10037
Bestuursrecht; Belastingrechtuitspraak

Onzakelijke borgstelling leidt tot niet-aftrekbaar verlies uit overige werkzaamheden

16 november 2018

De rechtbank oordeelt dat de borgstelling door eiser onzakelijk is en het daaruit voortvloeiende verlies niet in mindering kan worden gebracht op het resultaat uit overige werkzaamheden.