ECLI:NL:RBNHO:2020:11780
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale eenheid en toepassing sanctie belastingrente bij ontvoeging vermogensbestanddelen
Eiseres, [X] B.V., vormde een fiscale eenheid met dochtermaatschappijen en richtte op 27 mei 2014 [H] B.V. op, waarbij zij haar onderneming inclusief aandelen en schepen inbracht. De fiscale eenheid werd met terugwerkende kracht per 1 januari 2014 erkend. Na verkoop van aandelen in [H] B.V. en verdere transacties ontstond discussie over de fiscale eenheid en toepassing van belastingrente.
De rechtbank oordeelt dat artikel 15, zevende lid, Wet Vpb niet van toepassing is omdat [H] B.V. vanaf oprichtingsdatum deel uitmaakte van de fiscale eenheid. De sanctie van artikel 15ai Wet Vpb is wel van toepassing vanwege de ontvoeging binnen drie jaar na inbreng. De rechtbank bevestigt dat de waarde in het economische verkeer van de overgedragen vermogensbestanddelen op het ontvoegingstijdstip hoger was dan de fiscale boekwaarde, waardoor een bedrag van € 2.954.080 aan winst moet worden toegerekend.
Eiseres' betoog dat de belastingrente gematigd moet worden wegens onzorgvuldige aanslagvaststelling wordt verworpen. De rechtbank acht de aanslagprocedure zorgvuldig en wijst vermindering van belastingrente af. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting en belastingrente worden bevestigd.