ECLI:NL:HR:2003:AI0417
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen fiscaal voordeel bij terugoverdracht pensioenverplichting binnen fiscale eenheid
In deze zaak stond een aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 1995 centraal, opgelegd aan belanghebbende. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd vanwege de beoordeling dat de overdracht van een pensioenverplichting binnen de fiscale eenheid geen fiscaal voordeel opleverde. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 15 van Pro de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 de voorwaarden voor toepassing van de fiscale eenheid slechts mogen dienen ter verzekering van belastingheffing en invordering, en niet mogen leiden tot sancties indien geen fiscaal voordeel wordt behaald. Het hof had terecht geoordeeld dat de terugoverdracht van de pensioenverplichting niet leidde tot een wijziging in de samenstelling van het vermogen van de dochtermaatschappij en dus geen fiscaal voordeel opleverde.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat transacties binnen een fiscale eenheid die gezamenlijk bezien geen fiscaal voordeel opleveren, niet kunnen worden gesanctioneerd. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten. Hiermee werd het beroep van de Staatssecretaris ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting wordt verminderd zoals door het Hof bepaald.