ECLI:NL:RBNHO:2020:11874
Rechtbank Noord-Holland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering betaling en proceskosten na verstek in civiele incassozaken
De Stichting Hogeschool van een plaats heeft de gedaagde partij gedagvaard wegens een openstaande vordering. De gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De kantonrechter heeft de vordering beoordeeld en deze niet onrechtmatig of ongegrond bevonden.
Ambtshalve is ook getoetst aan het dwingende consumentenrecht, waarbij is vastgesteld dat de eisende partij geen handelaar is in de zin van Boek 6 BW, Afdeling 2b. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden niet toegewezen omdat niet is aangetoond dat de aanmaning een betalingstermijn van 14 dagen bevatte, zoals vereist volgens artikel 6:96 lid 6 BW Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad.
De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €687,54, vermeerderd met wettelijke rente over €631,63 vanaf 30 januari 2020 tot volledige betaling. Tevens worden proceskosten toegewezen, bestaande uit dagvaardingskosten, griffierecht en salaris gemachtigde. De veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €687,54 plus wettelijke rente en proceskosten.