Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 april 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
(…)
Rechtbank Noord-Holland
Eiser, buurman van de familie K, klaagde over langdurige duivenoverlast veroorzaakt door het voeren van duiven door de familie K. Na eerdere klachten in 2013 en een onderzoek in 2018 waarbij 106 duiven werden gevangen, stelde de gemeente vast dat de familie K niet meer voerde en actief meewerkte aan het verminderen van het aantal duiven.
Eiser vorderde handhaving op grond van artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012, stellende dat de familie K ook verplicht was de overlastgevende duiven te vangen en dat sprake was van een herhaalde overtreding. De gemeente handhaafde het besluit tot afwijzing van het handhavingsverzoek omdat geen overtreding meer bestond en er geen gegronde vrees voor herhaling was.
De rechtbank oordeelde dat de overtreding door het voeren van duiven in het verleden bestond, maar dat deze ten tijde van het primaire besluit was beëindigd. De toezeggingen van de familie K en het actieve toezicht van de buurtregisseur maakten dat geen gegronde vrees voor herhaling bestond. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen gegronde vrees voor herhaling van duivenoverlast bestaat.