ECLI:NL:RBNHO:2020:4464
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid financiële situatie
Verzoeker diende op 11 december 2019 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad. Na meerdere gesprekken en het aanleveren van financiële gegevens, waaronder bankafschriften en toelichtingen op ontvangen bedragen, wees verweerder de aanvraag af wegens onvoldoende informatie om het recht op bijstand vast te stellen.
Verzoeker stelde dat hij in behoeftige omstandigheden verkeert en dat de verstrekte bankafschriften en verklaringen over leningen dat aantonen. Hij kon echter niet alle leninggevers schriftelijke verklaringen laten opstellen uit angst voor de overheid, waardoor hij in bewijsnood verkeert. Verweerder betwijfelde de bijstandsbehoevendheid vanwege hoge stortingen, waaronder een bedrag van bijna €5.500,- in december 2019 zonder verifieerbare verklaring.
De voorzieningenrechter overwoog dat de bewijslast voor bijstandbehoevendheid bij de aanvrager ligt en dat hij zijn financiële situatie voldoende inzichtelijk moet maken met bewijsstukken. Verzoeker had dit onvoldoende gedaan, waardoor het standpunt van verweerder dat de financiële situatie onvoldoende duidelijk is, niet onjuist kon worden geacht. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en het primaire besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de financiële situatie van verzoeker.