ECLI:NL:RBNHO:2020:4631
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam geweest als medewerker inburgering, raakte in 2006 betrokken bij een ernstig auto-ongeval met armletsel. Na een eerdere WIA-beoordeling in 2012 met minder dan 35% arbeidsongeschiktheid, diende zij in 2018 een nieuwe aanvraag in wegens vermeende toegenomen klachten.
Verweerder verrichtte een herbeoordeling en concludeerde op basis van medisch onderzoek en beschikbare informatie dat de klachten in 2013 en later niet voortkwamen uit dezelfde ziekteoorzaak als in 2012, en dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen groter waren dan vastgesteld, onder meer door ulnaropathie en medicatiegebruik.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bevestigden na aanvullend onderzoek de beperkingen en belastbaarheid van eiseres, waarbij de functionele mogelijkhedenlijst (FML) werd aangepast maar geen toename boven 35% werd vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat het medisch en arbeidsdeskundig onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd was, en dat eiseres onvoldoende medische onderbouwing gaf voor haar stellingen.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde dat eiseres geen recht heeft op een WIA-uitkering vanaf 1 februari 2017 wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid. Tevens werd geen aanleiding gezien voor het benoemen van een onafhankelijke medisch deskundige. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.