ECLI:NL:RBNHO:2020:4951
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens verwijtbare werkloosheid door rijden zonder geldig rijbewijs
Eiser had een oproepcontract als beveiliger en moest beschikken over een geldig rijbewijs. Zijn werkgever stelde vast dat hij sinds 19 maart 2019 zonder geldig rijbewijs in een dienstauto reed en stelde hem op non-actief. Eiser vroeg een WW-uitkering aan, maar deze werd ingetrokken omdat hij verwijtbaar werkloos was.
De rechtbank oordeelde dat de reden voor ontslag, namelijk het rijden zonder geldig rijbewijs, een dringende reden is in de zin van artikel 7:678 BW Pro en dat eiser dit verwijt kan worden gemaakt. De beëindigingsovereenkomst waarin sprake was van wederzijdse instemming en het ontbreken van een dringende reden, was voor de beoordeling niet relevant.
Eiser voerde tegenbewijs aan met loonstroken en wisselende verklaringen over het niet tijdig verlengen van zijn rijbewijs, maar deze werden niet aannemelijk geacht. De rechtbank volgde de werkgever en verweerder in het oordeel dat eiser verwijtbaar werkloos is geworden en wees het beroep af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser verwijtbaar werkloos is geworden door rijden zonder geldig rijbewijs.