ECLI:NL:RBNHO:2020:5214
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen afwijzing uitbreiding WIA-uitkering wegens vermeerde beperkingen
Eiser was werkzaam als verkoopmedewerker en meldde zich in 2017 ziek met diverse gezondheidsklachten, waaronder een hernia, myocardinfarct, non-hodgkinlymfoom en blindheid aan één oog. Na een initiële Ziektewetbeoordeling werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 38,74%, waarna hij een WIA-uitkering aanvroeg. De verzekeringsartsen stelden de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 37,07% op basis van medische onderzoeken en functionele mogelijkhedenlijsten.
Eiser maakte bezwaar en voerde aan dat zijn beperkingen waren toegenomen, met klachten als verminderde mobiliteit, cognitieve problemen ('chemobrein'), sociale beperkingen en angst. Hij verzocht om een onafhankelijk neuropsychologisch onderzoek. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de medische gegevens, inclusief aanvullende rapporten, beoordeeld en concludeerde dat er geen aanleiding was voor een hogere mate van beperkingen of een urenbeperking.
De rechtbank oordeelt dat de verzekeringsartsen zorgvuldig en gemotiveerd hebben gehandeld, dat alle klachten zijn meegewogen en dat er geen objectieve medische basis is voor verdere beperkingen. Ook het verzoek om een onafhankelijk deskundige of neuropsychologisch onderzoek wordt afgewezen. De arbeidskundige beoordeling blijft gehandhaafd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het bestreden besluit tot toekenning van een WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.