Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Wastenet Inzameling B.V.,
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekster was sinds juni 2018 in dienst bij Wastenet op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, met een arbeidsduur van 24 uur per week. Na een voorstel tot beëindiging met wederzijds goedvinden weigerde verzoekster dit, waarna Wastenet haar op 3 april 2020 op staande voet ontsloeg wegens ongeoorloofde afwezigheid. Verzoekster betwistte de dringende reden voor ontslag en vorderde vergoeding wegens onregelmatige opzegging en transitievergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was omdat de niet-gehoorzaamheid aan de oproep om binnen enkele uren op kantoor te verschijnen geen dringende reden vormde. Daarbij werd meegewogen dat verzoekster had toegezegd de eerstvolgende werkdag te verschijnen en dat vanwege de coronacrisis thuiswerken werd geadviseerd.
Verder werd vastgesteld dat de arbeidsovereenkomst niet tussentijds kon worden opgezegd en dat Wastenet daardoor een vergoeding verschuldigd was gelijk aan het loon tot het einde van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter wees het beroep van verzoekster op een hogere arbeidsduur af, omdat er geen sprake was van structureel meer werken dan overeengekomen. De transitievergoeding werd eveneens toegewezen. Verzoekster kreeg geen gelijk in haar vordering tot betaling van niet-uitbetaalde overuren en vakantiedagen, omdat Wastenet stelde dat deze bedragen al waren voldaan.
Tot slot werden de proceskosten aan Wastenet opgelegd. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 14 juli 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is onrechtmatig verklaard en Wastenet is veroordeeld tot betaling van vergoeding wegens onregelmatige opzegging en transitievergoeding.