ECLI:NL:RBNHO:2020:5855
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens vermeende drugscriminaliteit
Verweerder, de burgemeester van Zaanstad, heeft besloten tot sluiting van de woning van verzoekers voor drie maanden wegens vermoedelijke betrokkenheid bij drugscriminaliteit, gebaseerd op een bestuurlijke rapportage van januari 2020.
Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelt dat sinds de feiten in januari 2020 geen aanwijzingen zijn dat de woning nog wordt gebruikt voor drugscriminaliteit of voorbereidingshandelingen daarvan. Ook is niet gebleken van verstoring van de openbare orde of een ‘loop’ van en naar de woning.
Gelet op het tijdsverloop en het ontbreken van actuele feiten acht de voorzieningenrechter het opleggen van een sluitingsmaatregel niet proportioneel. Het belang van verzoekers om in hun woning te blijven weegt zwaarder dan het belang van verweerder bij onmiddellijke sluiting. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en het besluit geschorst tot zes weken na bezwaarafhandeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt toegewezen en het besluit geschorst.