ECLI:NL:RBNHO:2020:6284
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WIA-uitkering wegens detentie in voorlopige hechtenis
Eiser ontving een WIA-uitkering die door verweerder werd herzien en teruggevorderd over de periode 1 april 2017 tot en met 30 juni 2017, omdat eiser van 9 maart 2017 tot en met 11 juni 2017 in voorlopige hechtenis zat. Verweerder beriep zich op artikel 43, aanhef en onder d, van de Wet WIA, dat het recht op uitkering beëindigt bij rechtmatige vrijheidsbeneming.
Eiser stelde dat hij ten onrechte in detentie had gezeten, verwijzend naar een vonnis van de rechtbank Den Haag, en dat de terugvordering daarom onterecht was. De rechtbank oordeelde dat het niet relevant is of de strafprocedure eindigt in een veroordeling of vrijspraak; voorlopige hechtenis valt onder de uitsluitingsgrond. Tevens is het aan eiser om tijdig de detentie te melden om verhaal bij justitie mogelijk te maken.
De rechtbank concludeerde dat de herziening en terugvordering terecht was, dat de hoogte van het bedrag niet in geschil was en dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. Bescherming van de beslagvrije voet is van toepassing. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de herziening en terugvordering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.