ECLI:NL:RBNHO:2020:6964
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering vennootschapsbelasting 2011 en toepassing verlengde navorderingstermijn AWR
Eiseres, onderdeel van een internationale groep actief in de verkoop van sportschoeisel, kreeg een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd over 2011 wegens ten onrechte geclaimde voorkoming van dubbele belasting voor winst uit een vermeende vaste inrichting in Oostenrijk. De navordering vond plaats na het verstrijken van de reguliere termijn van vijf jaar, waardoor verweerder zich beroept op de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar volgens artikel 16 lid 4 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
De rechtbank overweegt dat de inkomsten niet buiten het zicht van de Belastingdienst zijn gehouden, aangezien de winst integraal in de aangifte was verantwoord en verweerder desgewenst vragen had kunnen stellen. Tevens was het mogelijk om via het belastingverdrag met Oostenrijk inlichtingen in te winnen. De parlementaire geschiedenis en jurisprudentie tonen aan dat de verlengde navorderingstermijn is bedoeld voor situaties waarin inkomensbestanddelen in het buitenland bewust buiten het controlebereik van de fiscus worden gehouden.
Gezien de feiten oordeelt de rechtbank dat de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing is en vernietigt de uitspraak op bezwaar. De navorderingsaanslag en de heffingsrente worden herroepen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Holland op 22 juli 2020.
Uitkomst: De navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2011 wordt vernietigd omdat de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing is.