ECLI:NL:RBNHO:2020:7010
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing daklozenuitkering wegens schending medewerkingsplicht en onvoldoende verblijfplaatsgegevens
Eiser, die van 2018 tot 2019 gedetineerd was en daardoor werkloos werd en zijn woning verloor, vroeg op 2 april 2019 een daklozenuitkering aan bij de gemeente Haarlemmermeer. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de medewerkingsplicht, met name door het niet tijdig en volledig doorgeven van zijn slaapadressen.
De rechtbank overwoog dat eiser verplicht was controleerbare gegevens te verstrekken over zijn verblijfplaats, essentieel voor het vaststellen van het recht op bijstand. Uit onderzoek bleek dat eiser op 27 van 51 dagen geen verblijfplaats had doorgegeven en op 9 dagen buiten de gemeente verbleef. Daarnaast werden 14 van de 15 doorgegeven adressen te laat gemeld, wat controle bemoeilijkte.
Eiser stelde dat hij voorafgaand aan detentie 30 jaar in de gemeente woonde en dat hij afhankelijk was van zijn sociale netwerk voor slaapplekken, waardoor tijdige opgave vaak onmogelijk was. De rechtbank vond de afspraken en mededelingen van verweerder duidelijk en oordeelde dat het op de weg van eiser lag om bij onduidelijkheden contact op te nemen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder het onderzoek zorgvuldig had uitgevoerd en alle relevante informatie had betrokken, waaronder advies van de vaste commissie van advies voor bezwaarschriften. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de daklozenuitkering wordt ongegrond verklaard vanwege schending van de medewerkingsplicht.