ECLI:NL:RBNHO:2020:7478
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning met bouwkundige gebreken en vergoeding termijnoverschrijding
Eiser betwist de WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning vastgesteld op €575.000 voor het jaar 2018, omdat volgens hem onvoldoende rekening is gehouden met bouwkundige gebreken die herstelkosten van €153.376 veroorzaken. Hij vordert een verlaging van de WOZ-waarde tot €421.000. Verweerder baseert de waarde op de aankoopprijs van €798.450 in 2015, gecorrigeerd voor herstelkosten en marktontwikkeling, en een taxatierapport met vergelijkingsobjecten.
De rechtbank stelt vast dat de marktwaarde op de waardepeildatum 1 januari 2017 kan worden afgeleid uit de aankoopprijs, gecorrigeerd voor herstelkosten en marktstijging. De gecorrigeerde waarde van €645.074 ligt boven de vastgestelde WOZ-waarde, die bovendien lager is dan de verkoopprijzen van vergelijkbare, kleinere woningen. Daarom is de WOZ-waarde niet te hoog vastgesteld.
Eiser vraagt ook vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank bepaalt dat de procedure in eerste aanleg met circa 30 maanden de redelijke termijn van 24 maanden overschrijdt, zonder bijzondere omstandigheden. De vergoeding wordt vastgesteld op €83,33, toe te rekenen aan de Minister van Justitie en Veiligheid.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder en de Minister gezamenlijk tot betaling van proceskosten en griffierecht, waarbij ieder de helft betaalt. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, met een beperkte vergoeding voor termijnoverschrijding toegekend.