Verzoekster was sinds 16 november 2016 werkzaam bij Randstad op basis van een uitzendovereenkomst bij Cargill, die meerdere malen is verlengd. Randstad bevestigde schriftelijk dat de overeenkomst zou eindigen op 10 juni 2020. Verzoekster meldde zich ziek en hervatte deels haar werkzaamheden. Zij maakte bezwaar tegen het einde van de overeenkomst en vorderde vernietiging van het ontslag of toekenning van een vergoeding.
De kantonrechter stelt vast dat de CAO Uitzendkrachten van toepassing is, waarin is bepaald dat na voltooiing van Fase A (78 gewerkte weken) de uitzendovereenkomst kan worden voortgezet in Fase B tot maximaal vier jaar, waarna bij Fase C een contract voor onbepaalde tijd ontstaat. Verzoekster had Fase A voltooid op 10 juni 2018 en was daarna in Fase B tot 10 juni 2020 gebleven. De arbeidsovereenkomst eindigde derhalve van rechtswege op die datum.
Het opzegverbod tijdens ziekte staat niet in de weg aan het rechtsgeldig eindigen van een contract voor bepaalde tijd. Randstad heeft tijdig aanzegging gedaan en de transitievergoeding voldaan. Er is geen grond voor herstel van de arbeidsovereenkomst, vernietiging van het ontslag of toekenning van een billijke vergoeding. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.