Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 november 2020 in de zaak tussen
e raad van de orde van advocaten in het arrondissement Amsterdam(hierna: de Amsterdamse raad).
Rechtbank Noord-Holland
Eiser, een advocaat-stagiair, was voorwaardelijk ingeschreven op het tableau en oefende zijn praktijk uit onder begeleiding van een patroon. Hij verzocht om wijziging van patroon en verlenging van zijn stage, maar de Haagse raad onthield goedkeuring voor de wijziging en de Amsterdamse raad keurde de opzegging van de stage goed. Tevens werd eiser van het tableau geschrapt wegens het niet behalen van de vereiste stageverklaring binnen de gestelde termijn.
Eiser stelde onder meer dat de raden niet bevoegd waren, dat de besluiten onzorgvuldig waren genomen en dat de schrapping onredelijk was. De rechtbank oordeelde dat eiser geen belang meer had bij het administratief beroep tegen de weigering van goedkeuring patroonwijziging omdat de beoogde patroon niet meer beschikbaar was. De opzegging van de stage werd als redelijk en niet onredelijk beoordeeld vanwege de onherstelbaar verstoorde relatie.
De schrapping van het tableau werd gegrond verklaard op basis van de Advocatenwet, waarbij de rechtbank oordeelde dat de verlenging van de stage rechtsgeldig was en dat de schrapping geen straf maar een kwaliteitswaarborg is. Verzoeken tot heropening van het onderzoek en getuigenverhoor werden afgewezen wegens gebrek aan relevantie en strijd met de goede procesorde. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van eiser tegen de besluiten van de Orde van Advocaten worden ongegrond verklaard en de besluiten worden bevestigd.