ECLI:NL:RVS:2022:3403
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- P.H.A. Knol
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schrapping advocaat-stagiair na beëindiging stage en weigering nieuwe patroon
Appellant stond sinds 17 augustus 2016 voorwaardelijk ingeschreven als advocaat-stagiair en moest een stageverklaring verkrijgen door drie jaar stage onder begeleiding van een patroon. Na een eerste patroon trad vanaf 30 april 2019 een tweede patroon op, met wie de relatie verstoord raakte. De raad van Amsterdam keurde op verzoek van deze patroon de beëindiging van de stage goed. Appellant zocht een nieuwe patroon, maar de raad van Den Haag weigerde goedkeuring omdat de beoogde patroon zich terugtrok.
De algemene raad schrapte appellant van het tableau omdat hij geen stageverklaring had verkregen binnen de verlengde stagetermijn. Appellant voerde onder meer aan dat hij belang had bij een inhoudelijk oordeel over de weigering van goedkeuring van zijn nieuwe patroon en dat de beëindiging van de stage onredelijk was. Ook stelde hij dat de schrapping disproportioneel en onzorgvuldig was, en dat zijn rechten onder artikel 6 EVRM Pro waren geschonden.
De Afdeling oordeelde dat appellant geen procesbelang had bij het administratief beroep tegen de weigering van goedkeuring van de nieuwe patroon, omdat deze zich had teruggetrokken. De raad van Amsterdam was bevoegd en mocht de stage beëindigen vanwege de onwerkbare verhouding. De schrapping was rechtmatig omdat appellant geen stageverklaring had en de algemene raad geen beslissingsruimte had om hiervan af te wijken. Het verzoek om getuigen te horen werd afgewezen omdat dit niet noodzakelijk was voor de beoordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de schrapping van appellant van het tableau bevestigd.