ECLI:NL:RBNHO:2020:8830
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning met recht van overpad en perceelvorm
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een woning uit 1920 te Bloemendaal voor het kalenderjaar 2019. Eiser betwist de vastgestelde waarde van €661.000 en voert aan dat de waardering te hoog is vanwege een recht van overpad van 44 m2 en een ondoelmatige perceelvorm. Eiser bracht een taxatierapport in met een waarde van €548.000, terwijl verweerder een taxatierapport van €687.000 overlegde.
De rechtbank oordeelt dat het recht van overpad niet over 44 meter loopt, maar beperkt is tot circa 17 meter met een breedte van ongeveer één meter, wat neerkomt op een oppervlakte van circa 17 m2. Dit wordt ondersteund door de koopakte en het ontbreken van duidelijke beschrijving van een uitgebreider recht. Verweerder heeft deze oppervlakte in mindering gebracht op de perceelgrootte, wat leidt tot een waardedruk van €22.000, voldoende rekening houdend met het recht van overpad.
Verder acht de rechtbank de perceelvorm als doelmatig bruikbaar en volgt zij de taxatie van verweerder ten aanzien van vergelijkingspanden en inhoudsmaat. De verkoopprijs van een nieuwbouwwoning uit 2006 is niet geschikt als vergelijkingspunt vanwege bouwperiode en bouwwijze. De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde van €661.000 aannemelijk is en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €661.000 wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde bevestigd.