ECLI:NL:RBNHO:2020:9058
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep navorderingsaanslag en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2012. De Belastingdienst heeft de aanslag vernietigd, waardoor het beroep niet meer tot een gunstiger resultaat voor eiser kan leiden. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Eiser vordert daarnaast vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn van twee jaar voor een uitspraak in eerste aanleg is overschreden met ongeveer tien maanden. Op grond hiervan wordt een vergoeding van €1.000 toegekend.
Verder veroordeelt de rechtbank de Belastingdienst in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €1.047, en in de griffierechten van €47. Een verzoek van eiser om een hogere wegingsfactor voor de proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De uitspraak is gedaan door rechter G.H. de Soeten op 8 september 2020 en betreft een bestuursrechtelijke procedure tegen de Belastingdienst inzake een navorderingsaanslag en de behandeling van het bezwaar en beroep.
Uitkomst: Beroep niet-ontvankelijk verklaard en vergoeding immateriële schade en proceskosten toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.