ECLI:NL:RBNHO:2020:9072
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing 30%-regeling op bonus na einde feitelijke tewerkstelling
Eiser maakte sinds 2009 gebruik van de 30%-regeling voor zijn looninkomsten bij werkgever [D]. Zijn dienstverband eindigde formeel op 31 maart 2017, maar hij was vanaf 18 januari 2017 vrijgesteld van werkzaamheden. Over de periode tot en met 28 februari 2017 werd de 30%-regeling toegepast, maar niet op een bonus van €628.323 die op 29 maart 2017 werd uitbetaald en betrekking had op 2016.
De rechtbank stelde vast dat de 30%-regeling eindigt zodra de feitelijke tewerkstelling stopt, hier op 17 januari 2017. De bonusbetaling na deze datum valt niet onder de regeling. Eiser kon de fiscale kwalificatie van de bonus niet eenzijdig wijzigen in zijn aangifte, omdat de werkgever geen gerichte vrijstelling had aangewezen.
Eiser voerde aan dat de Belastingdienst in vergelijkbare gevallen wel correcties accepteerde en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel en de meerderheidsregel. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende feiten had gesteld om dit te onderbouwen en dat de gevallen niet vergelijkbaar waren. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat de 30%-regeling niet van toepassing is op de bonus die na het einde van de feitelijke tewerkstelling is uitbetaald.