ECLI:NL:RBNHO:2020:911
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Leningen aan andere onderneming niet tot ondernemingsvermogen gerekend
Eiseres en haar echtgenoot zijn vennoten in een vennootschap onder firma (Vof) die zich bezighoudt met grondverzet en loonwerkzaamheden. In 2010 verstrekte de Vof leningen aan een andere vennootschap, [E], actief in een andere branche, met plannen tot samenwerking en omzetvergroting. De leningen bedroegen in totaal €250.000 en waren bedoeld om de activiteiten van [E] te ondersteunen.
De Belastingdienst legde navorderingsaanslagen op omdat zij meende dat de leningen niet tot het ondernemingsvermogen van eiseres behoorden. Eiseres stelde dat de leningen binnen de normale bedrijfsuitoefening waren verstrekt of als eerste handelingen van een nieuwe onderneming konden worden gezien, waardoor het verlies aftrekbaar zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat de leningen niet binnen de normale bedrijfsuitoefening van de Vof vielen, omdat de activiteiten van de Vof zich richtten op grondverzet en loonwerk, terwijl [E] in een andere sector actief was. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de leningen eerste handelingen waren van een nieuwe onderneming, aangezien de samenwerking niet is geformaliseerd en geen gezamenlijke activiteiten hebben plaatsgevonden.
De rechtbank concludeerde dat de leningen niet tot het ondernemingsvermogen van eiseres behoren en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de leningen niet tot het ondernemingsvermogen behoren.