ECLI:NL:HR:1995:AA3038
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over ondernemingsvermogen onroerend goed en verwijst zaak terug
Belanghebbende werd voor het jaar 1988 aangeslagen voor inkomstenbelasting over een belastbaar inkomen waarin een boekwinst uit de verkoop van onroerend goed was begrepen. Het Hof bevestigde dat het onroerend goed, inclusief garages en appartementen, tot het ondernemingsvermogen behoorde en dat de exploitatie van het pand niet was gestaakt in april 1983 toen een wijziging in verhuur plaatsvond.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de garages en appartementen tot het ondernemingsvermogen behoren en dat het Hof ten onrechte heeft aangenomen dat de exploitatie van het onroerend goed en de markthandel in ansichtkaarten één onderneming vormden. De Hoge Raad stelt dat de exploitatie van het onroerend goed als een afzonderlijke onderneming moet worden beschouwd.
Verder overweegt de Hoge Raad dat indien de exploitatie van het onroerend goed na april 1983 beperkt bleef tot normaal vermogensbeheer, dan is de onderneming toen gestaakt. Omdat het Hof hierover geen feiten heeft vastgesteld, is het arrest niet deugdelijk gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest. Tevens worden proceskosten en griffierecht geregeld.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof en verwijst zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van het arrest.