ECLI:NL:RBNHO:2020:9158
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toeslagpartnerschap en weigering verhoging kindgebonden budget alleenstaande ouders
Eiseres maakte bezwaar tegen de beslissing van de Belastingdienst om [G] aan te merken als toeslagpartner voor de periode van 1 februari tot en met 31 december 2019, waardoor zij geen recht heeft op de verhoging van het kindgebonden budget voor alleenstaande ouders. De rechtbank oordeelt dat de aanmelding van [G] als toeslagpartner terecht is op grond van de inschrijving in de Basisregistratie Personen en de toepasselijke wettelijke bepalingen in de Awir.
De rechtbank overweegt dat het partnerbegrip in de Awir objectief is bepaald en dat er geen sprake is van zakelijke huur van een gedeelte van de woning die een uitzondering zou kunnen vormen. Ook het beroep van eiseres op het evenredigheidsbeginsel en artikel 13b van de Awir faalt, omdat zij onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een onevenredige situatie en ook niet is gebleken dat de Belastingdienst onredelijk heeft gehandeld.
Verder oordeelt de rechtbank dat het beroep op internationale verdragen zoals het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind en het Europees Sociaal Handvest niet slaagt omdat deze verdragsbepalingen niet direct toepasbaar zijn en onvoldoende concreet zijn om rechten aan te ontlenen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit om [G] als toeslagpartner aan te merken wordt bevestigd.