ECLI:NL:RVS:2023:2794
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- C.H. Bangma
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kindgebonden budget wegens toeslagpartnerschap
Appellante ontving een voorschot kindgebonden budget inclusief de tegemoetkoming voor alleenstaande ouders (ALO-kop). De Belastingdienst herzag dit voorschot omdat een meerderjarige medebewoner, het nichtje van appellante, als toeslagpartner werd aangemerkt. Hierdoor verviel de ALO-kop vanaf 1 februari 2019.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het partnerbegrip terecht was toegepast, dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat de situatie onevenredig was, en dat het beroep op de hardheidsclausule en verdragsartikelen faalde. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het oordeel van de rechtbank. De wetgever heeft gekozen voor een objectief partnerbegrip waarbij geen materiële toets plaatsvindt. Het evenredigheidsbeginsel is niet toepasbaar op deze dwingendrechtelijke bepaling. Ook de hardheidsclausules en het beroep op internationale verdragsbepalingen bieden geen grond voor herziening.
De Afdeling benadrukt dat de Belastingdienst een persoonlijke betalingsregeling kan treffen bij terugvordering, rekening houdend met de financiële situatie van appellante. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De herziening van het voorschot kindgebonden budget wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.