ECLI:NL:RBNHO:2020:9589
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende onderbouwing grondwaarde en proceskostenveroordeling
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een woning te Hollands Kroon voor het kalenderjaar 2019, vastgesteld door de gemeente op € 246.000. Eiser betwistte deze waarde en verzocht om inzage in de grondstaffels en taxatiegegevens, die niet volledig werden verstrekt. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen tot toezending van op de zaak betrekking hebbende stukken, met name de grondstaffels.
Hoewel eiser geen benadeling in de bezwaarfase aannemelijk maakte, concludeert de rechtbank dat verweerder in beroep niet de vereiste onderbouwing heeft geleverd. De gehanteerde waardematrix is onvoldoende onderbouwd, met name de grondwaarden zijn gebaseerd op 'nattevingerwerk' en onduidelijke vergelijkingen. Eiser heeft zijn eigen taxatierapporten ingetrokken, waardoor hij geen bewijs meer levert voor zijn lagere waarde.
De rechtbank stelt de waarde in goede justitie vast op € 240.000, lager dan de oorspronkelijke vaststelling. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.572 en draagt zij verweerder op het betaalde griffierecht te vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot € 240.000 en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.