ECLI:NL:RBNHO:2020:9591
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond: WOZ-waarde woning vastgesteld op €270.000 wegens onvoldoende onderbouwing door gemeente
De zaak betreft een beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een woning voor het jaar 2019 door de gemeente Hollands Kroon. De gemeente had de waarde vastgesteld op €278.000, maar de eiser betwistte deze waarde en vroeg inzage in onderliggende stukken zoals de grondstaffels en taxatiekaarten. De gemeente heeft niet alle gevraagde stukken tijdig verstrekt, wat een schending van de Awb-verplichtingen opleverde.
Tijdens de zitting heeft de rechtbank vastgesteld dat de gemeente niet aan haar verplichting voldeed om alle relevante stukken toe te zenden, met name de grondstaffels ontbraken. De rechtbank oordeelde dat dit niet leidde tot een aantoonbare benadeling van eiser in de bezwaarfase, maar wel dat de gemeente onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde van €278.000 correct was onderbouwd.
Eiser had zelf geen onderbouwing voor zijn lagere waarde van €262.000 gegeven. Daarom stelde de rechtbank de waarde in goede justitie vast op €270.000. Tevens veroordeelde de rechtbank de gemeente in de proceskosten van eiser en bepaalde dat de aanslag onroerende-zaakbelastingen dienovereenkomstig wordt aangepast.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €270.000 en de gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten.