ECLI:NL:RBNHO:2020:9677
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen schenking bij wijziging huwelijkse voorwaarden binnen wettelijke gemeenschap van goederen
Eiseres en haar echtgenoot zijn gehuwd in wettelijke gemeenschap van goederen en zijn later huwelijkse voorwaarden aangegaan waarbij de verdeling van de gemeenschap werd gewijzigd van 50%-50% naar 10%-90%. Na het overlijden van de echtgenoot legde de Belastingdienst een aanslag erfbelasting op gebaseerd op de 50%-50% verdeling. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat de wijziging geen schenking was omdat er geen voltooide vermogensverschuiving had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelt dat voor het heffen van schenkingsrecht een voltooide eenzijdige vermogensverschuiving vereist is, zoals bevestigd in arresten van de Hoge Raad uit 1959 en 1971. De wijziging van de gerechtigdheid binnen de gemeenschap van goederen leidt niet tot een dergelijke vermogensverschuiving. Ook het beroep op een verblijvensbeding en fraus legis wordt verworpen omdat de huwelijkse voorwaarden niet als kunstmatige constructie kunnen worden aangemerkt.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en de aanslag erfbelasting, en veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De termijnoverschrijding voor het instellen van beroep wordt verschoonbaar geacht vanwege een onjuiste rechtsmiddelenclausule en persoonlijke omstandigheden van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag erfbelasting wordt vernietigd omdat geen sprake is van een schenking bij wijziging van de gerechtigdheid binnen de wettelijke gemeenschap van goederen.