ECLI:NL:PHR:2023:188
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt fraus legis bij wijziging huwelijkse voorwaarden in het zicht van overlijden ter voorkoming erfbelasting
Belanghebbende en erflater waren gehuwd in wettelijke gemeenschap van goederen (50%-50%). Kort voor het overlijden van erflater wijzigden zij de huwelijkse voorwaarden naar een verdeling van 90% voor belanghebbende en 10% voor erflater. De Inspecteur stelde dat deze wijziging moest worden aangemerkt als een schenking binnen 180 dagen voor overlijden, waardoor erfbelasting verschuldigd was over 50% van de gemeenschap. Rechtbank en Hof oordeelden dat geen sprake was van schenking of verblijvingsbeding, maar het Hof achtte de wijziging ingegeven door belastingverijdeling (fraus legis) en stelde de verkrijging voor erfbelasting op 50%-50%. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van fraus legis.
De Hoge Raad bevestigt dat het aangaan van huwelijkse voorwaarden geen schenking inhoudt zonder voltooide vermogensverschuiving, maar dat in het onderhavige geval sprake was van een bevoordeling binnen 180 dagen voor overlijden met als doorslaggevend motief het ontgaan van erfbelasting. Dit is strijdig met doel en strekking van de Successiewet. De wijziging wordt daarom geacht niet te hebben plaatsgevonden en de verkrijging wordt voor erfbelasting vastgesteld op 50%-50%. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard.
De uitspraak benadrukt dat belastingplichtigen vrij zijn om fiscaal gunstige keuzes te maken, maar dat kunstmatige constructies zonder reëel belang die leiden tot belastingontwijking kunnen worden tegengegaan met het leerstuk fraus legis. De zaak illustreert de toepassing van fraus legis bij huwelijksvoorwaarden en erfbelasting en bevestigt dat de wetgever niet heeft gekozen voor een wettelijke regeling die dergelijke wijzigingen als schenking kwalificeert, maar dat de Hoge Raad fraus legis als instrument hanteert om misbruik te voorkomen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de wijziging van huwelijkse voorwaarden wordt voor erfbelasting geacht niet te hebben plaatsgevonden, waardoor de verkrijging wordt vastgesteld op 50%-50%.