ECLI:NL:HR:1971:AX5018
Hoge Raad
- Cassatie
- Van Rijn van Alkemade
- Hollander
- Van der Linde
- Polak
- Telders
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over opheffing huwelijkse voorwaarden en successierecht bij nalatenschap
De zaak betreft een geschil over de heffing van successierecht na het overlijden van een man die kort voor zijn overlijden huwelijkse voorwaarden wijzigde, waardoor een algehele gemeenschap van goederen ontstond met zijn echtgenote. De Inspecteur had deze wijziging aangemerkt als een schenking, wat leidde tot een hogere aanslag successierecht. De echtgenote betwistte dit en voerde aan dat sprake was van voldoening aan een natuurlijke verbintenis.
Het Hof oordeelde dat de wijziging van de huwelijkse voorwaarden en de daaruit voortvloeiende boedelmenging geen schenking vormde, maar een natuurlijke verbintenis was, en vernietigde de aanslag deels. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat de wijziging van de huwelijkse voorwaarden geen schenking in de zin van de Successiewet 1956 vormt en dat de fictie van schenking in artikel 12 van Pro die wet niet van toepassing is. De Hoge Raad benadrukte dat de vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijksgoederenregime gelden zolang zij niet worden gewijzigd en dat een wijziging niet automatisch een schenking inhoudt. Hierdoor werd het beroep van de Staatssecretaris verworpen en bleef de aanslag verminderd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de opheffing van huwelijkse voorwaarden geen schenking vormt voor successierecht en wijst het cassatieberoep van de Staatssecretaris af.