ECLI:NL:RBNHO:2020:9685
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om verrekening kansspelbelasting door exploitant speelautomaat afgewezen
Eiser, vennoot in een vennootschap onder firma die een horeca-onderneming drijft, ontving een vergoeding gebaseerd op de opbrengst van een speelautomaat die eigendom is van een derde. Eiser wilde de kansspelbelasting die door de eigenaar werd voldaan verrekenen met zijn inkomstenbelasting, omdat hij meende dat sprake was van gemeenschappelijke exploitatie en dubbele belastingheffing.
Verweerder stelde dat alleen de netto spelopbrengst tot het inkomen uit werk en woning behoort en dat geen sprake is van prijzengeld dat tot het verzamelinkomen behoort, waardoor verrekening van kansspelbelasting niet aan de orde is. De rechtbank bevestigde dat de kansspelbelasting voor degene die gelegenheid geeft tot deelname aan kansspelen een bedrijfslast is en aftrekbaar, terwijl voor de gerechtigde tot prijzen verrekening van kansspelbelasting geldt.
Eiser voerde subsidiar een beroep op het gelijkheidsbeginsel, stellende dat andere partijen wel kansspelbelasting mogen verrekenen, maar de rechtbank vond geen aanwijzingen voor begunstigend beleid of een bewuste standpuntbepaling van verweerder. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag werd bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag zonder verrekening van kansspelbelasting.