Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval, waarbij de rechter het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen (HR 28 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BR2342 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2012:BR2342), HR 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:963 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:963), HR 23 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2761 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2014:2761)).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
poging tot moord.
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
laagtot
matiggeacht.
Ter bevordering van de ontwikkeling van verdachte wordt geadviseerd om een leerstraf in te zetten gericht op het vergroten van zijn coping vaardigheden (steun vragen aan anderen, zich kwetsbaar durven opstellen). Ook kan overwogen worden om verdachte te ondersteunen bij het opbouwen van een gestructureerde, sociale vrijetijdsbesteding. Toezicht door de jeugdreclassering lijkt essentieel om zicht te kunnen houden op schoolgang, vrijetijdsbesteding en vriendenkeuze.
7.Verbeurdverklaring
8.Vorderingen benadeelde partij
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
driehonderd en dertig(
330) dagenjeugddetentie.
honderd en veertig (140)dagen
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
dadelijk uitvoerbaarzijn.
(10) dagen jeugddetentie.
dadelijk uitvoerbaarzijn.