Bij besluit van 6 juli 2021 verleende het college van burgemeester en wethouders van Den Helder een omgevingsvergunning voor het transformeren van rijksmonumenten tot gemeentehuis, inclusief wijzigingen en gedeeltelijke sloop. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vermeende toename van verkeer op de N250, nabij de woning van verzoeker, zeer gering is en niet leidt tot gevolgen van enige betekenis voor zijn woon- en leefsituatie. De maximale toename van verkeersbewegingen bedraagt slechts 500 per etmaal op een totaal van 15.000, wat onvoldoende is om persoonlijk belang aan te nemen.
Daarom is verzoeker niet als belanghebbende aan te merken en is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Ook het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.