Eiser, voormalig medewerker van de Veiligheidsregio Kennemerland, leed aan PTSS als gevolg van twee buitensporige incidenten tijdens zijn dienstjaren: een duikoefening in 1998 en de Schipholbrand in 2005. Na eerdere rechtszaken waarbij zijn recht op doorbetaling van salaris werd bevestigd, vorderde hij nu erkenning van aansprakelijkheid voor restschade buiten zijn rechtspositionele aanspraken.
Verweerder weigerde dit, stellende dat aan de zorgplicht was voldaan. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft aangetoond dat hij aan zijn zorgplicht voldeed, met name door het ontbreken van actieve en professionele nazorg na beide incidenten. De zorgplicht omvat immers ook het bieden van passende nazorg om schade te voorkomen.
De rechtbank stelde vast dat het causaal verband tussen de schending van de zorgplicht en de PTSS als gegeven moet worden aangenomen, waardoor de weigering van aansprakelijkheid onterecht was. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder aansprakelijk gesteld voor de restschade. De omvang van de schadevergoeding moet nog worden vastgesteld. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.