ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Minister van Defensie schendt zorgplicht jegens Dutchbat III-militair door onvoldoende nazorg na uitzending Srebrenica
Betrokkene, een voormalig Dutchbat III-militair, diende een verzoek tot schadevergoeding in wegens PTSS die hij opliep tijdens en na zijn uitzending naar Srebrenica in 1995. De minister van Defensie erkende het dienstongeval, maar weigerde aansprakelijkheid voor de resterende schadevergoeding, stellende dat de zorgplicht was nagekomen.
De rechtbank ’s-Gravenhage oordeelde dat de minister tekort was geschoten in zijn zorgplicht, met name door onvoldoende nazorg te bieden na de missie, en vernietigde het besluit. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel, maar nuanceert dat de zorgplicht niet is geschonden tijdens de feitelijke uitvoering van de missie onder oorlogsomstandigheden.
De Raad stelt dat de minister tekort is geschoten in de nazorgfase, waarbij onder meer geen psychologische debriefing heeft plaatsgevonden in het uitzendgebied of in Zagreb, en dat de geboden nazorg onvoldoende was. Dit heeft geleid tot een blijvend chronisch karakter van de PTSS bij betrokkene. De minister moet binnen drie maanden een nieuw besluit nemen over de schadevergoeding, waarbij de nazorg en het causaal verband met de PTSS centraal staan.
Uitkomst: Minister moet binnen drie maanden een nieuw besluit nemen over schadevergoeding wegens schending zorgplicht door onvoldoende nazorg.