Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de akte depot no. 12/2020 d.d. 7 september 2020
- het exploot van overbetekening van 8 september 2020 aan de publieke rechtspersoon De Staat der Nederlanden, als belanghebbende ex artikel 18 lid 5 Onteigeningswet Pro (Ow)
- het exploot van overbetekening van 8 september 2020 aan de commanditaire vennootschap Amsterdam Schiphol Pijpleiding C.V., als belanghebbende ex artikel 18 lid 5 Ow Pro
- het exploot van overbetekening van 8 september 2020 aan de naamloze vennootschap Liander Infra N.V., als belanghebbende ex artikel 18 lid 5 Ow Pro
- de incidentele vordering ex artikel 843a Rv tevens houdende conclusie van antwoord in de hoofdzaak
- de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 843a Rv
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 18 december 2020 en de daarin genoemde stukken.
2.De feiten
3.Het geschil
In de hoofdzaak
4.De beoordeling
In het incident
Voor zover Kennemerland Beheer heeft willen betogen dat de gemeente ook gehouden is het dossier over te leggen dat de Kroon in verband met het onteigeningsbesluit onder zich heeft, vindt dat betoog geen steun in het recht. Artikel 843a Rv, waar Kennemerland Beheer zich op beroept, kan in dit verband alleen zien op bescheiden die ter beschikking van de gemeente staan of die de gemeente zelf onder haar berusting heeft.
Voorts heeft de gemeente gesteld dat er sprake kan zijn van een financiële strop als de verwerving van de gronden uiteindelijk duurder uitpakt, maar dat dit op de uitvoerbaarheid van het plan geen invloed heeft. Kennemerland Beheer heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat de gemeente een mogelijke financiële strop niet zou kunnen of willen dragen. De stelling van Kennemerland Beheer dat het plan niet uitvoerbaar is, wordt verworpen.