Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[verweerster]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De verzoeker was sinds juni 2019 in dienst als Commercieel Manager en zijn arbeidsovereenkomst werd in mei 2020 opgezegd met ingang van 20 juni 2020. Hij verzocht de kantonrechter om betaling van een transitievergoeding op grond van artikel 7:673 BW Pro, voor het geval er sprake was van een arbeidsovereenkomst.
De arbeidsovereenkomst was gewijzigd per januari 2020 waarbij de verweerster als werkgever was aangewezen. De verweerster erkende de beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 20 juni 2020 en stelde zich niet op het standpunt dat de transitievergoeding niet verschuldigd was.
De kantonrechter behandelde dit verzoek gelijktijdig met een dagvaardingsprocedure over hetzelfde onderwerp. Gezien de uitkomst van die procedure, waarin eveneens op dezelfde dag uitspraak werd gedaan, oordeelde de kantonrechter dat de verzoeker geen belang meer had bij deze verzoekschriftprocedure.
Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd de verzoeker veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de verweerster. De beschikking werd op 20 januari 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot transitievergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.