Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[gedaagde2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 21 oktober 2020
- de mondelinge behandeling van 15 februari 2021, waarvan de griffier aantekeningen heeft bijgehouden. Partijen hebben gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Verkeerde partij(en) gedagvaard?
“Velthuizen Advocatuur is een kostenmaatschap…”.Volgens Velthuizen Advocatuur c.s. volgt hieruit en uit het feit dat in alle declaraties staat vermeld dat de daarin genoemde bedragen dienen te worden voldaan aan [gedaagde2] Advocatuur B.V. dat [eiser], al dan niet impliciet, een overeenkomst van opdracht heeft gesloten met alleen laatst genoemde vennootschap (als een van de maten van de kostenvennootschap).
Breeweg/Wijnkamp) geldt het criterium (dat hij/zij de zorgvuldigheid heeft betracht die van een redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot mag worden verwacht) voor de vraag of een advocaat een beroepsfout heeft gemaakt zowel in contractuele als in buitencontractuele verhoudingen tussen cliënt en advocaat. Voor mr. [gedaagde2] en [gedaagde2] Advocatuur B.V. geldt dus hetzelfde criterium voor de vraag of sprake is van aansprakelijkheid jegens [eiser] en maakt het derhalve niet uit of de aansprakelijkheid uit contract of uit onrechtmatige daad voortvloeit. Een en ander leidt tot de conclusie dat [eiser] mr. [gedaagde2] terecht heeft gedagvaard.