ECLI:NL:RBNHO:2021:3602
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en beëindiging bijstandsuitkering wegens zelfstandige activiteiten en terugvordering teveel betaalde bijstand
Eiseres en haar partner ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet (Pw). Verweerder heeft de bijstand ingetrokken en beëindigd omdat zij onder de doelgroep van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) vallen. Tevens is de bijstand herzien vanwege niet verrekende inkomsten uit arbeid en is een bedrag van €7.537,45 teruggevorderd.
De rechtbank oordeelt dat eiseres en haar partner vanaf 14 december 2018 als zelfstandigen moeten worden aangemerkt, ook al bevond de onderneming zich in een voorbereidingsfase zonder omzet. Voorbereidingswerkzaamheden worden volgens vaste rechtspraak tot de normale zelfstandige activiteiten gerekend. Eiseres en haar partner hebben niet voldaan aan de inlichtingenplicht door niet tijdig melding te maken van hun zelfstandige activiteiten.
De rechtbank vindt de verrekening van inkomsten correct en ziet geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en beëindiging van de bijstandsuitkering en terugvordering wordt ongegrond verklaard.