ECLI:NL:RBNHO:2021:6910
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- R.H.M. Bruin
- M. Mateman
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Verzoeken tot wraking kinderrechter na uitspraak niet-ontvankelijk verklaard
In deze zaak hebben de moeder van een minderjarig kind en haar vertrouwenspersoon verzocht om wraking van de kinderrechter die de hoofdzaak behandelde over ondertoezichtstelling van het kind. De hoofdzaak werd op 5 augustus 2021 mondeling behandeld en de kinderrechter deed onmiddellijk daarna uitspraak.
De verzoeken tot wraking werden respectievelijk op 5 augustus na de uitspraak en op 6 augustus 2021 ingediend. De wrakingskamer oordeelde dat op grond van artikel 36 Rv Pro een wrakingsverzoek alleen kan worden ingediend zolang de rechter de zaak nog behandelt, maar niet meer nadat de rechter een einduitspraak heeft gedaan.
Omdat de kinderrechter al uitspraak had gedaan voordat de wrakingsverzoeken werden ingediend, werden deze verzoeken als kennelijk niet-ontvankelijk beoordeeld. De wrakingskamer stelde de verzoeken daarom buiten behandeling en wees op het feit dat wraking geen rechtsmiddel is tegen een reeds gegeven eindbeslissing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De verzoeken tot wraking van de kinderrechter zijn niet-ontvankelijk verklaard omdat zij na de uitspraak zijn ingediend.