ECLI:NL:RBNHO:2021:6971
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking kinderrechter na uitspraak niet-ontvankelijk verklaard
In deze zaak heeft de vader van twee minderjarige kinderen een verzoek tot wraking ingediend tegen de kinderrechter die op 22 juli 2021 een beslissing had genomen in een hoofdzaak over vervangende toestemming voor een buitenlandse reis met de kinderen.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk was omdat het verzoek pas na de schriftelijke uitspraak van de kinderrechter was ingediend, terwijl de wet bepaalt dat een wrakingsverzoek alleen kan worden ingediend zolang de rechter de zaak nog behandelt.
De wrakingskamer stelde vast dat wraking geen rechtsmiddel is tegen een reeds gegeven eindbeslissing en dat alleen hoger beroep mogelijk is tegen zo’n uitspraak. Daarom werd het verzoek buiten behandeling gesteld zonder inhoudelijke beoordeling.
Tenslotte werd vermeld dat over de ingediende klacht apart door het gerechtsbestuur zal worden beslist. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de uitspraak van de kinderrechter werd ingediend.