Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 augustus 2021 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser,
Procesverloop
€ 7.938.510
€ 1.011.249 -/-
€ 17.938.518 -/-
Bedrijfsopvolgingsregeling
- zoeken en selecteren van potentiële nieuwe projecten;
- zoeken en selecteren van huurders van het onroerend goed;
- overleg met huurders over huuraanpassingen, inrichtings- en onderhoudsvragen etc.;
- beoordelen van onderhoudsvragen en – indien nodig – het inschakelen van aannemers, loodgieters etc.;
- verzending van huurnota’s en incasso van de huurpenningen;
- contacten met investeerders, projectontwikkelaars, financiers etc.;
- beheer van panden die door de familie in privé worden aangehouden, en
- het veelvuldig overleggen over onderhanden werken.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 111;
- veroordeelt de Staat, de Minister van Justitie en Veiligheid, tot vergoeding van de door eiser geleden immateriële schade, vastgesteld op € 889;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 935, en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiser te vergoeden.