Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 31 augustus 2021 in de zaken tussen
de erven [X 1] , alsmede [X2] , te [Z] , eisers
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Hoofddorp, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil19.In geschil is of voldaan is aan de vereisten voor navordering en of de boetes terecht zijn opgelegd. In het bijzonder is daarbij in geschil of de bedongen tegenprestatie moet worden gevolgd. Daarbij verschillen partijen over de vraag wat de waarde in het economische verkeer van de panden is.
- Een brief van [G] van 22 september 2016. Daarin neemt hij het standpunt in dat de gebruikte rekenmodellen in het rapport van [BF] een juiste berekeningswijze weergeven van een BAR-berekening winkelruimte. De gehanteerde variabelen zijn volgens [G] niet onredelijk. Ook is gereageerd op de taxaties door [BJ] .
- Een brief van [G] van 18 augustus 2017. Daarin wordt uitleg gegeven over het “referentieonderzoek” verricht door [G] betreffende de huurherzieningswaarde en verkopen relevant voor verschillende panden. Dit onderzoek is verricht mede aan de hand van informatie over de panden die [BF] nog niet had. Voor meerdere panden komt hij tot de conclusie dat de door [BF] berekende waarde te hoog is dan wel te laag. Rekening houdend met een redelijke taxatiemarge resulteert dit in het standpunt dat [BF] de gehele portefeuille eerder te laag dan te hoog heeft gewaardeerd.
- Een brief van [G] van 2 oktober 2017. Daarin wordt gereageerd op het rapport van [BL] en [BM] . [G] komt tot de conclusie dat de in het rekenmodel gebruikte variabelen aanzienlijk afwijken van de in de (taxatie)markt gebruikelijke variabelen. Ook neemt [G] informatie waarop het rapport van [BL] en [BM] is gebaseerd en die nog niet bekend was ten tijde van de taxatie door [BF] , alsnog mee. Zo houdt [G] alsnog rekening met achterstallig onderhoud van € 400.000. Verder berekent hij de in de brief van 18 augustus 2017 genoemde relevante waardeverschillen en voegt daarvan BAR-berekeningen toe. Een en ander resulteert in de conclusie dat de portefeuille moet worden gewaardeerd op € 24.845.000 per 30 december 2010.
- Een brief van [G] van 22 november 2018. Daarin wordt gereageerd op de brief van eisers van 30 mei 2018 met bijlagen betreffende de panden. Ingegaan wordt op de toegepaste metrage, werkelijk gerealiseerde huren, toegepaste zonering, kapitaalscorrecties en overige variabelen en waardering meerhuur. Naar aanleiding daarvan is een aantal waarderingen aangepast en zijn bijtellingen meegenomen vanwege gebleken hogere gerealiseerde huren voor diverse woningen en bedrijfsruimte. Een en ander resulteert in de conclusie dat de portefeuille moet worden gewaardeerd op € 25.087.000 per 30 december 2010. Overzichten van gehanteerde huurprijzen en metrages zijn bijgevoegd.
- Een brief van [G] van 15 mei 2019. Daarin wordt gereageerd op onder meer de brieven van 24 oktober 2017 van [AX] , 4 februari 2019 van [AT] ,
- Een brief van [G] van 27 juli 2020. Daarin is kritiek gegeven op het concept-rapport van [AR] . De kritiek betreft de gebruikte uitgangspunten, de wegingspercentages voor de zonering, de huuropbrengsten, de taxatiemethodiek, het gebruikte rekenmodel en andere modellen en variabelen. Verder is [G] ingegaan op de waardering van [AAa] . Volgens [G] is ook onvoldoende inzicht gegeven in de keuze van de referenties.
- Een brief van [G] van 21 februari 2021. Daarin is kritiek gegeven op het definitieve taxatierapport van [AR] . [G] heeft kritiek op diverse uitgangspunten van [AR] betreffende de (mutatie-) leegstand, het gelijkstellen van de markthuur aan de herzieningshuurwaarde, het ontwikkelingsscenario’s voor markt- en herzieningshuur, de uit verschillende variabelen voortvloeiende NAR’s, toepassing van het uitpond- of doorexploitatiemodel ten aanzien van verhuurde woningen en de daarbij in aanmerking genomen variabelen en de toegepaste BAR’s en NAR’s op basis van de referenties. Volgens [G] is [AR] ten onrechte uitgegaan van telkens dezelfde uitgangspunten, ondanks de verschillen in de (ligging van) panden. [G] concludeert dat het rapport niet voldoende uitgewerkt en onderbouwd is. Ondanks de kanttekeningen concludeert [G] verder dat de taxaties van diverse panden bruikbaar zijn, doch dit niet geldt voor de panden aan de [S/T] en
- Een brief van [G] van 7 april 2021. Hierin wordt gereageerd op een brief van eisers van 18 maart 2021. [G] gaat in op de herzieninghuurwaarden gebruikt door hemzelf, [BL] en [BM] en [AR] en de in dat verband toegepaste zonering, en concludeert dat hij op de laagste herzieningshuurwaarde uitkomt. Bijgevoegd zijn gegevens met betrekking tot huurwaardereferenties. Deze bijlagen zijn later tardief verklaard (zie hiervoor bij “Vooraf”).
- Een brief van [G] van 8 april 2021. Hierin is gereageerd op een brief van eisers van 25 januari 2021. De brief betreft de verschillen in huurherzieningswaardes en BAR/NAR, de ingebrachte informatie over de panden in [N] en het achterstallig onderhoud. Bijgevoegd is onder meer een overzicht van de ter zake van de panden gedane investeringen in de periode 2011 tot en met 2019.
- Een bericht van [G] in reactie op het e-mailbericht van [AX] van