Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4 december 2017 heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland bepaald dat tot
1 juli 2018 geen nieuwe verzoeken van de verdachte tot ontslag van de bewindvoerder en mentor in behandeling zullen worden genomen.
– onder bepaling van een dwangsom – geboden [slachtoffer] binnen 30 dagen te laten terugkeren naar haar woning in Nederland. In het vonnis is overwogen dat de wijze waarop de verdachte zich tot dan toe ten opzichte van de onderbewindstelling en het mentoraat van [slachtoffer] heeft opgesteld, het predicaat obstructie verdient.
geen enkele andere wijzekon worden afgewend dan door opname van [slachtoffer] in een verpleeginrichting. De verzorging die de verdachte bood was volgens de rechtbank onvoldoende om dit gevaar te doen wijken. Door [slachtoffer] desondanks mee te nemen naar en te laten verblijven op een onbekende locatie, waar de curator, hulpverlening en de andere familieleden haar niet konden bereiken, heeft de verdachte deze anderen belet [slachtoffer] uit die (potentieel) levensbedreigende situatie te halen. [slachtoffer] kon zich ook niet zelf aan deze situatie onttrekken, omdat zij zich in een volledig (van de verdachte) afhankelijke positie bevond. Wegens haar lichamelijke kwetsbaarheid kon zij niet zelfstandig de woning verlaten. Gelet op de bij haar vastgestelde vasculaire dementie, was zij tevens psychisch afhankelijk van de verdachte. [slachtoffer] kon immers niet langer in staat worden geacht om zelfstandig haar wensen te bepalen, de reikwijdte en mogelijke gevolgen van haar beslissingen te overzien en haar belangen te behartigen. Het is uiteindelijk aan optreden van de politie en niet aan de verdachte te danken geweest dat aan de situatie een einde is gekomen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
– met de officier van justitie – van oordeel dat de zaak tot op enige hoogte kan worden vergeleken met zaken betreffende het onttrekken van een minderjarige aan het ouderlijk gezag ex artikel 279 Sr Pro. Het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht heeft geen oriëntatiepunt opgesteld voor artikel 279 Sr Pro. Wel heeft het Openbaar Ministerie een Richtlijn voor Strafvordering opgesteld, waarin officieren van justitie handvatten krijgen aangereikt voor het bepalen van hun strafeisen. In voornoemde richtlijn wordt voor het tijdelijk onttrekken en/of onttrokken houden van een minderjarige aan gezag en/of toezicht en wanneer sprake is van een ‘first offender’, als strafeis een taakstraf van 40 uur tot een gevangenisstraf van twee maanden genoemd.
27 juli 2021, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld.
14 september 2021 eindvonnis zal worden gewezen, stelt de rechtbank vast dat de redelijke termijn met zeven en een halve maand is overschreden.
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
80 urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 40 dagen hechtenis.