Op 2 december 2020 werd een motorhesje met de aanduiding 'Singa 19' in beslag genomen bij klager, die werd beticht van deelname aan een verboden organisatie en overtreding van de APV Hoorn. Klager voerde aan dat Singa 19 een legale motorclub is en geen voortzetting van Satudarah North Coast, ondanks enkele overlappende leden en gebruik van hetzelfde clubhuis.
De officier van justitie stelde dat Singa 19 feitelijk een voortzetting is van de verboden Satudarah North Coast, met behoud van kleuren en symboliek, en dat klager zich schuldig maakte aan het dragen van verboden kleuren in het openbaar. De rechtbank benadrukte het summiere karakter van de raadkamerprocedure en stelde dat de beoordeling van de verbodenverklaring en strafbaarheid aan de zittingsrechter is.
De rechtbank concludeerde dat er mogelijk een nauwe verwevenheid bestaat tussen Satudarah North Coast en Singa 19, waardoor een veroordeling niet kan worden uitgesloten. Gezien deze omstandigheden achtte de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat het hesje later verbeurd zal worden verklaard of onttrokken aan het verkeer.
Daarom werd het belang van strafvordering geacht het voortduren van het beslag te rechtvaardigen en werd het klaagschrift ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.