ECLI:NL:RBNHO:2021:8709
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Passagier krijgt gedeeltelijke compensatie voor vertraagde vlucht wegens onvoldoende bewijs buitengewone omstandigheid
De passagier vordert compensatie van de vervoerder Air Canada wegens een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming Newark. De vervoerder stelt dat de vertraging het gevolg was van een medisch incident waardoor een gate niet beschikbaar was, wat een buitengewone omstandigheid zou zijn volgens de Verordening.
De kantonrechter stelt vast dat de passagier binnen de wettelijke termijn heeft geklaagd en dat de vertraging inderdaad meer dan drie uur bedroeg. De vervoerder heeft echter onvoldoende bewijs geleverd dat de vertraging veroorzaakt werd door het medisch incident of door beperkingen opgelegd door de luchtverkeersleiding. De overgelegde documenten en toelichtingen waren niet overtuigend en lieten belangrijke vragen onbeantwoord.
Omdat de vervoerder geen ander verweer voerde, wijst de kantonrechter de hoofdsom van €300 toe, maar verlaagt deze compensatie met 50% op grond van artikel 7 lid 2 sub c van Pro de Verordening. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten toegewezen tot het wettelijke tarief van €54,45. De proceskosten en nakosten worden eveneens aan de passagier toegekend, met rente vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis.
Uitkomst: De vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van gedeeltelijke compensatie en proceskosten wegens een vertraging van meer dan drie uur zonder voldoende bewijs van buitengewone omstandigheden.