Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een omgevingsvergunning die het transformeren van rijksmonumenten en het aanleggen van kabels op een perceel mogelijk maakt. Hij vordert tevens een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de gevolgen van de vergunning voor verzoeker, met name de vermeende toename van verkeer op een nabijgelegen N-weg, dermate gering zijn dat er geen persoonlijk belang bij het besluit bestaat. De verkeersdeskundige stelde dat de toename van verkeersbewegingen slechts 1/30 van het totale verkeer bedraagt, en dat het bestemmingsplan al gebruik voor maatschappelijke doeleinden toestaat.
Daarmee is verzoeker geen belanghebbende bij het besluit en is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Ook het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, mede vanwege het ontbreken van spoedeisend belang. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.