ECLI:NL:RBNHO:2022:10846
Rechtbank Noord-Holland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende naleving precontractuele informatieplichten
De zaak betreft een civiele procedure tussen Kindergarden Nederland B.V. als eisende partij en een consument als gedaagde, waarbij verstek is verleend tegen de gedaagde. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, waarbij de eisende partij moet aantonen dat zij heeft voldaan aan de wettelijke precontractuele informatieplichten uit Boek 6, titel 5, afdeling 2B BW.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de eisende partij onvoldoende heeft toegelicht op welke wijze zij de essentiële informatie conform artikel 6:230l BW aan de gedaagde heeft verstrekt. Enkel verwijzen naar de overeenkomst en algemene voorwaarden zonder concrete aanwijzingen is onvoldoende. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze is geïnformeerd.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv en artikel 21 Rv Pro moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en moeten de feiten volledig en naar waarheid worden aangevoerd. De eisende partij heeft hier niet aan voldaan, waardoor de vordering wordt afgewezen. De proceskosten worden aan de eisende partij opgelegd, terwijl die van de gedaagde op nihil worden vastgesteld.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende naleving van de precontractuele informatieplichten.