ECLI:NL:RBNHO:2022:10846

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 december 2022
Publicatiedatum
6 december 2022
Zaaknummer
10167388 \ CV EXPL 22-3851
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWArt. 111 lid 2 onder d RvArt. 21 RvArtikel 3.5 Landelijk procesreglement rolzaken kanton
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende naleving precontractuele informatieplichten

De zaak betreft een civiele procedure tussen Kindergarden Nederland B.V. als eisende partij en een consument als gedaagde, waarbij verstek is verleend tegen de gedaagde. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, waarbij de eisende partij moet aantonen dat zij heeft voldaan aan de wettelijke precontractuele informatieplichten uit Boek 6, titel 5, afdeling 2B BW.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de eisende partij onvoldoende heeft toegelicht op welke wijze zij de essentiële informatie conform artikel 6:230l BW aan de gedaagde heeft verstrekt. Enkel verwijzen naar de overeenkomst en algemene voorwaarden zonder concrete aanwijzingen is onvoldoende. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze is geïnformeerd.

Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv en artikel 21 Rv Pro moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en moeten de feiten volledig en naar waarheid worden aangevoerd. De eisende partij heeft hier niet aan voldaan, waardoor de vordering wordt afgewezen. De proceskosten worden aan de eisende partij opgelegd, terwijl die van de gedaagde op nihil worden vastgesteld.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende naleving van de precontractuele informatieplichten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 10167388 \ CV EXPL 22-3851
Uitspraakdatum: 1 december 2022
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap
Kindergarden Nederland B.V.
gevestigd te Amsterdam
de eisende partij
gemachtigde: Flanderijn gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.2.
De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. De kantonrechter licht dit als volgt toe.
2.3.
De eisende partij heeft immers nagelaten een toelichting te geven op de wijze van totstandkoming van de overeenkomst, zodat de kantonrechter niet kan vaststellen dat aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de in artikel 6:230l BW bedoelde essentiële informatie is verstrekt. De eisende partij heeft alleen gesteld dat de gedaagde partij op onder meer de onderdelen van artikel 6:230l BW onder a, b, c, d en f is gewezen. Daaruit kan echter niet worden afgeleid welke informatie precies aan de gedaagde partij is gegeven. Verder verwijst de eisende partij naar de overeenkomst en de toepasselijke algemene voorwaarden, zonder concreet aan te geven welke informatie daarin te vinden is. Dit is onvoldoende. Producties kunnen stellingen enkel ondersteunen. De partij die producties overlegt, moet namelijk inzichtelijk maken welke delen daarvan relevant zijn voor welk standpunt van die partij. Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie. Het is dus aan de eisende partij om concreet aan te geven welke informatie in welke productie te vinden is (door belangrijke onderdelen bijvoorbeeld te arceren). Bij gebrek aan (voldoende) stellingname gaat de kantonrechter voorbij aan het bewijsaanbod van de eisende partij.
Wat is hiervan het gevolg?
2.4.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv Pro moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.
2.5.
De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. Daarom wordt de vordering afgewezen. Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen.
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter