1.3NSV exploiteert een (zware) horeca-inrichting (horeca categorie 3) in het pand op het adres Hemkade 48, gelegen op perceel [perceel 5] . De gronden in gebruik bij NSV bestaan uit de rond de horeca-inrichting gelegen percelen [perceel 6] , [perceel 7] , 8467 en [perceel 8] .
2. Op 30 januari 2020 heeft verweerder een brief van Familie [naam 2] ontvangen, waarin staat dat is geconstateerd dat op de Hemkade 48 weer grote tenten zijn opgebouwd, dat in die tenten wordt overnacht en dat dit in strijd is met de voorschriften van de omgevingsvergunning en het bestemmingsplan. Verweerder wordt daarom verzocht om direct tot handhaving over te gaan.
3. Bij besluit van 24 maart 2020 heeft verweerder in reactie hierop aan Familie [naam 2] meegedeeld dat bij controle door toezichthouders op 3 februari 2020 op het terrein van NSV een tent is aangetroffen die daar zonder omgevingsvergunning niet mag staan. Omdat inmiddels een omgevingsvergunning voor het meerdere malen per jaar plaatsen van de tent is aangevraagd en verweerder bereid is hieraan medewerking te verlenen is volgens verweerder geen kans op herhaling van de overtreding. Het verzoek om handhaving heeft verweerder daarom afgewezen.
4. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit onder verwijzing naar het advies van de externe hoor- en adviescommissie van 20 februari 2021 op het standpunt gesteld dat eiseres geen belang meer heeft bij het besluit om niet te handhaven, omdat de tent op 5 februari 2020 is afgebroken, waarmee de overtreding is beëindigd, en er op korte termijn vanwege Covid-19 pandemie geen herhaling van de overtreding meer te verwachten valt. Daarbij heeft verweerder erop gewezen dat binnenkort een voorbereidingsbesluit zal worden genomen voor het Balkenhaventerrein en het plaatsen van tenten in strijd is met het in dit voorbereidingsbesluit opgenomen verbod om gebruik van gronden te wijzigen. Verweerder heeft vooruitlopend op dit voorbereidingsbesluit de gevraagde omgevingsvergunning voor het meerdere malen per jaar plaatsen van de tent afgewezen. Het is daarmee voor alle partijen duidelijk dat handhavend zal worden opgetreden als in de toekomst toch nog een tent zal worden geplaatst. Ook daarom hoeft niet meer voor toekomstige overtredingen te worden gevreesd.
5. In beroep heeft eiseres erop gewezen dat verweerder heeft erkend dat sprake is van een (herhaalde) overtreding, dat er vanwege het voorbereidingsbesluit dat verweerder heeft aangekondigd geen zicht (meer) is op legalisatie en dat verweerder de vergunningaanvraag voor de chill-out tent om die reden uiteindelijk ook daadwerkelijk heeft afgewezen. Verweerder had daarom moeten besluiten om tot handhaving over te gaan. Dat in de nabije toekomst vanwege de Covid-19 maatregelen voorlopig geen nieuwe overtredingen meer te verwachten zijn, maakt dit niet anders. Er is gegronde vrees voor herhaling. Zodra het voor NSV weer mogelijk is om evenementen te organiseren, valt volgens eiseres te vrezen dat er weer een chill-out tent wordt neergezet.
6. De rechtbank moet beoordelen of eiseres in bezwaar nog procesbelang had bij de beoordeling van haar bezwaarschrift. Procesbelang is het belang dat een belanghebbende heeft bij de uitkomst van een procedure. Daarbij gaat het erom of het doel dat de belanghebbende voor ogen staat, met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de belanghebbende van feitelijke betekenis is.
7. Vast staat dat NSV meermalen een chill-out tent op het terrein behorende tot de inrichting op het adres Hemkade 48 heeft geplaatst, zonder een daarvoor benodigde omgevingsvergunning. Er is dus sprake van herhaalde overtredingen. Gelet hierop was de vrees van eiseres voor nieuwe gelijksoortige overtredingen in beginsel gerechtvaardigd en was (de heroverweging van) het besluit op het handhavingsverzoek voor eiseres nog van feitelijke betekenis vanwege haar belang bij het voorkomen van mogelijke overtredingen in de toekomst. Dat door de Covid-19 maatregelen tijdelijk geen grote evenementen meer mochten worden georganiseerd maakt dit niet anders, omdat niet uit te sluiten was dat deze tijdelijke Covid-19 maatregelen in de (zeer) nabije toekomst weer zouden komen te vervallen. Dat een voorbereidingsbesluit genomen zou worden (onder meer inhoudende een verbod op het plaatsen en gebruiken van een chill-out tent bij buitenevenementen) brengt evenmin met zich dat feitelijk geen nieuwe overtredingen meer zullen kunnen plaatsvinden. Eiseres had daarom naar het oordeel van de rechtbank nog procesbelang bij een beslissing op haar bezwaar tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek. De beroepsgrond slaagt.